Een klok van Jan vanden Ghein

Nieuw bij Klok & Peel:  Jan vanden Gheinklok 

Eeuwenlang zong ze met hese stem over het Brabantse land. Twee keer ontsnapte ze aan de verzengende hitte van de smeltovens. Daarna verkoos ze de gezonde zeelucht van Zeeuws-Vlaanderen. Nu is ze terug in Brabant en hoe! Haar rijke uitmonstering is opgepoetst en dit jaar staat ze als een jonge bruid te blozen op een ereplaats in Museum Klok & Peel in Asten. Zo is het toch nog goed gekomen met de Jan vanden Gheinklok (1540, Mechelen).

Klok
De bronzen luidklok van Jan Vanden Ghein is 72 cm hoog en heeft een diameter van 67 cm. De gave klok is een belangrijke aanvulling van  de museumcollectie. Ze is rijk versierd met renaissance motieven, kenmerkend voor zestiende-eeuwse gieters uit Mechelen.

De klok heeft een kroon met zes onversierde kroonarmen. Op de bovenflank is een fries aangebracht met bloemmotieven en gevleugelde figuurtjes rond een fontein. Onder de letterrand staat in hoofdletters, voorafgegaan door een kruisje IAN VANDEN GHEIN HEFT MI GHEGOTEN INT IAER M CCCCC XL (Jan Vanden Ghein heeft mij gegoten in het jaar 1540).
    
Heel bijzonder zijn de medaillons op de flank met voorstellingen van de Annunciatie (Blijde Boodschap van de engel aan Maria), het Laatste Avondmaal en de zogenoemde ‘Mis van de Heilige Gregorius'. Ook is een staande engel met de zweetdoek van Veronica te zien met een afdruk van het gelaat van Christus en een gevleugeld engelenkopje met een leeg tekstbordje (cartouche) in de mond. Deze taferelen zijn bekend van klokken van de familie Vanden Ghein en latere klokkengieters en natuurlijk ook van schilderijen, prenten en andere kunsthistorische objecten. 

Verhaal 
    De Vanden Gheinklok is een klok met een verhaal. Ze hing vanaf de zestiende eeuw tot de klokkenvordering van 1943 in de van oorsprong laatmiddeleeuwse toren van de RK Sint-Willibrorduskerk van de oude heerlijkheid Alphen. Hoewel ze van een respectabele leeftijd was, werd ze bij de vooroorlogse (Nederlandse) klokkeninventarisatie niet als monumentaal aangemerkt, maar  ten onrechte als A-klok geregistreerd. Ze kreeg gelukkig ook de ‘P’ van Prüfung en is in februari 1943 voor verder onderzoek naar Tilburg gebracht. P- klokken werden door de Duitsers erkend als waardevol, maar toch uit de torens gehaald om eventueel omgesmolten te worden tot  grondstof voor de wapenindustrie.
 
De klokkenroof betekende echter de redding voor de Vanden Gheinklok. Was ze blijven hangen, dan zou ze met de bevrijding op 3 oktober 1944 zeker ten onder zijn gegaan toen kerk én toren grotendeels werden verwoest. En aangezien ze uiteindelijk nìet in de smeltoven terecht kwam, kon ze na de oorlog worden teruggegeven aan Alphen. 

Daar werd niet meteen een geschikte plaats gevonden voor de klok omdat de restauratie van kerk en toren lang op zich liet wachten. In 1950 bestelde het kerkbestuur van Alphen wel nieuwe klokken bij Petit en Fritsen in Aarle-Rixtel. Daarbij werd de Vanden Gheinklok - die geen al te mooie stem heeft - als ruilobject ingeleverd. Omdat de Aarlese klokkengieter wel de kunsthistorische waarde van de klok onderkende, ontsnapte ze voor een tweede keer aan de smeltoven. 

Petit en Fritsen verkocht de klok door aan de katholieke Sint-Bavokerk van het Zeeuws-Vlaamse plaatsje Groede (gemeente Sluis), maar van die transactie werd geen boekhouding bijgehouden. Daardoor verloren campanologen de Renaissanceklok uit het oog. Vandaar dat ze na de Tweede Wereldoorlog lange tijd verloren werd gewaand.
De Vanden Gheinklok kwam echter weer boven water toen de Utrechtse ondernemer Jan Ducaat het kerkgebouw in Groede aankocht om er een bed & breakfast in te vestigen. Uitslapende toeristen waren niet zo enthousiast over de luidklok, reden waarom Ducaat op zoek ging naar een geschikte overnamekandidaat. Museum Klok & Peel in Asten wilde de klok natuurlijk graag hebben. 

 

Copyright van alle artikelen en foto's: Klok & Peel Museum Asten