Peel

 

De Collectie Peel omvat objecten uit de natuur- en cultuurhistorie van De Peel, het gebied op de grens van Brabant en Limburg.

De opbouw van de natuurhistorische collectie begon in 1973 in Asten met de oprichting van een natuurstudiecentrum door Jan Vriends (1901-1992), een bioloog met een grote passie voor de natuur.

Hij publiceerde in tijdschriften, schreef boeken en onderwees zijn leerlingen over natuur en natuurhistorie. Vriends wilde met het opbouwen van de collectie en het onderricht hierover bij een breed publiek bewondering voor de natuur oproepen. Op deze manier hoopte hij draagvlak te creëren voor de bescherming van onze waardevolle natuurlijke omgeving.

Het natuurstudiecentrum groeide uit tot Natuurhistorisch Museum De Peel. De natuurhistorische collectie breidde gestaag uit met door museummedewerkers verzamelde objecten en door middel van giften en legaten. Het Peelgebied bleek een grote inspiratiebron.

Het gebied omvat de restanten van de oude veen- en moerasgebieden en van de oorspronkelijk woeste gronden die voorkwamen in het oosten van Noord-Brabant en
in het midden en noorden van Limburg. De Peel is nu een bijzondere natuurlijke en
landschappelijke eenheid en is als regio een begrip in ons land.

Een bezoek aan ons museum voert u door de tijd vanaf ca 10 miljoen jaar geleden (het mioceen) tot het heden.

Tien miljoen jaar geleden lag het huidige Peelgebied in zee. Hiervan getuigen de velefossielen die nabij de Peelrandbreuk in Liessel zijn gevonden. In jongere lagen vinden we ook fossielen uit het Plioceen ( ca 2 miljoen jaar geleden) waaruit blijkt dat de zee zich terugtrekt en dat er hier een rivierdelta (estuarium) lag met een klimaat vergelijkbaar als dat van de Middellandse zee. Tijdens de laatste ijstijd die 70.000 jaar geleden begon liepen hier mammoeten, wolharige neushoorns en grottenberen rond (Pleistoceen). Toen het 12.000 jaar geleden weer warmer werd, viel het uitsterven van de mammoet in onze streken samen met het begin van veenvorming; het holoceen was begonnen.

Het holoceen is ook het tijdperk van de mens. In het vroege holoceen treffen we in het moerassige landschap het oerrund aan, de voorouder van ons huisrund. Vuursteenartefacten tonen aan dat er al vroege jagers en verzamelaars in onze streken rondzwierven. De vondst van de Gouden helm in 1910 is een getuigenis van de aanwezigheid van de Romeinen.

Tot zover zijn de veranderingen in het landschap en de daarmee samenhangende wisselingen in de flora en fauna steeds veroorzaakt door klimaatveranderingen. Nu gaat de mens een steeds grotere rol spelen en drukt zijn stempel op het landschap. De veranderingen in het landschap vinden hierdoor in een steeds hoger tempo plaats.

In de vroege middeleeuwen ontdekt de mens dat het veen dat in de afgelopen duizenden jaren is gegroeid een uitstekende brandstof is. Eerst wordt er voor eigen gebruik op kleine schaal turf gestoken. Als in1853 de gebroeders van de Griendt grote stukken hoogveen opkopen begint de grootschalige vervening die doorgaat tot aan de jaren 70 van de vorige eeuw. Veel van de verveende gebieden worden omgevormd tot landbouwgrond. Gelukkig dringt het besef door dat de overgebleven fragmenten en het unieke karakter van de Peel behouden moeten blijven. Zo zijn de laatste restanten van het oorspronkelijke hoogveen gebied een beschermd natuurgebied geworden: een gebied van nationaal belang vanwege zijn specifieke plant- en diersoorten. In voor- en najaar zijn de peelrestanten en het agrarisch landschap daar omheen van levensbelang voor de vele trekvogels die hier rusten en foerageren.

In de tentoonstelling zijn de landschappen bij deze periodes te zien met de hierbij behorende flora en fauna. De rondgang door het museum eindigt met de bewoonde peel. In deze versteende omgeving vindt de natuur nog steeds zijn plekje.

Copyright van alle artikelen en foto's: Klok & Peel Museum Asten